Hoe VEPA grip houdt op perslucht in een groeiende en geautomatiseerde fabriek

De stille kracht achter een Nederlandse meubelfabriek

Wie bij VEPAbinnenstapt ziet een dynamische productieomgeving waar panelen worden gezaagd of gefreesd, stoffen worden verwerkt, frames worden afgewerkt, stap voor stap richting het eindproduct: kantoormeubilair.

Veel van die processen zijn zichtbaar. De machines, robots, transportlijnen en mensen op de werkvloer trekken vanzelf de aandacht. Maar onder die zichtbare productie draait ook een onzichtbare kracht mee: Perslucht.

Bij VEPA zit perslucht op veel meer plekken dan je op het eerste gezicht zou denken. In de houtbewerking gebruikt vrijwel elke machine lucht voor beweging, aansturing of kracht. In de stoffeerderij draait gereedschap op perslucht. In de coating helpt lucht bij het schoonblazen en aansturen van processen. Ook bij robotisering blijft perslucht belangrijk, bijvoorbeeld om vacuüm op te bouwen voor venturi systemen. Zoals Anco Lijster (Assistent Operational Manager, sinds 1984) (Hoofdtechniek / Technisch manager, sinds 2008) vult aan: “Als onze elektra uitvalt hebben we een groot probleem, maar als de perslucht uitvalt hebben we net zo’n groot probleem.”

Daarmee is perslucht bij VEPA geen losse technische installatie ergens in de fabriek. Het is onderdeel van de bedrijfszekerheid. Van de eerste bewerking in hout tot de laatste stappen in assemblage: de productie moet kunnen vertrouwen op voldoende, schone en stabiele perslucht.

Voor VEPA betekent dat vooruitkijken. Niet alleen zorgen dat er genoeg capaciteit is, maar ook dat de installatie meegroeit met nieuwe machines, grotere afstanden, automatisering en duurzaamheidsdoelen. En precies daar kwam meer dan 17 jaar geleden de samenwerking met ALUP in beeld: als partner in een persluchtsysteem dat meebeweegt met de fabriek.

 

VEPA: Groot, Nederlands, circulair en technisch complex

VEPA is een Nederlandse producent van kantoor- en projectmeubilair. Vanuit locaties in onder andere Hoogeveen en Emmen worden meubels gemaakt voor bijvoorbeeld kantoren, onderwijs, zorg en overheid. Achter elke tafel, stoel of kast zit een productieomgeving waarin hout, metaal, stof, coating, montage, logistiek en automatisering samenkomen.

Die breedte maakt VEPA technisch complex. Albert Braamskamp is sinds 2008 binnen de Fair Furniture Group (waar VEPA onderdeel van is) technisch manager en eindverantwoordelijk voor de techniek binnen de groep. “Waar gaan we naartoe, wat willen we, wat houdt het in? Dan kijken we samen met metaal, hout en stof welke machines we nodig hebben, wat aan vervanging toe is en wat we willen uitbreiden.”

Anco Lijster kent de fabriek vanuit de dagelijkse praktijk. Hij werkt al sinds 1984 bij VEPA en omschrijft zijn rol nuchter: “Als er iets met een machine is, als er iets met de productie is, als er iets niet helemaal goed gaat, dan ben ik vraagbaak en aangever van behoeftes die er in de fabriek zijn.” Albert noemt hem “de spin in het web”: iemand die weet hoe producten gemaakt worden, hoe de fabriek werkt en wat er nodig is om techniek en productie op elkaar aan te laten sluiten.

Naast productie speelt duurzaamheid een grote rol. VEPA kijkt kritisch naar reststromen in de fabriek. De ambitie is duidelijke: 

We hebben onszelf als doelstelling gezet dat we in 2030 een afvalloze fabriek willen draaien. Op de vraag hoe ver VEPA daarmee is, antwoordt Albert: “We zijn hard op weg.”

Die ambitie is zichtbaar in verschillende materiaalstromen. Albert legt uit: “We proberen voor alle restmaterialen die in onze fabriek ontstaan iets te creëren dat we weer kunnen hergebruiken.” Restmateriaal uit de paneelproductie gaat terug naar leveranciers, stof krijgt een nieuwe toepassing en ook kunststof wordt opnieuw ingezet. Zo gebruikt VEPA gerecycled polypropyleen in onderdelen en is er een stoelenlijn met kuipen van 100% gerecycled PET. “Dat zijn gewoon plastic flessen die we inleveren. Daar hebben we een hele stoelenlijn voor ontworpen dat is de plastic whale collectie.

Die manier van bedrijfsvoering is belangrijk voor dit klantverhaal. VEPA ziet duurzaamheid als voorwaarde voor een goed eindproduct, daardoor is het elementair onderdeel van het productieproces zelf. Restmateriaal is geen afval zolang je er opnieuw waarde aan kunt geven. Diezelfde werkwijze komt later terug bij perslucht: ook de warmte die een compressor maakt, hoeft niet zomaar verloren te gaan.

Perslucht door de hele fabriek

Wie door de productie van VEPA loopt, ziet verschillende werelden naast elkaar. Houtbewerking, stoffering, metaal, coating en assemblage hebben elk hun eigen machines, ritme en aandachtspunten. Toch loopt er één technische voorziening als rode draad door al die processen heen: perslucht.

Dat begint al in de houtbewerking. Daar is perslucht niet beperkt tot één toepassing of één machine. Albert is daar duidelijk over: “Elke machine die bij de houtbewerking staat heeft ook een component lucht nodig. Elke machine.” Het gaat om CNC-machines, freeslijnen, kantenlijnen en zaagmachines, maar ook om kleinere bewegingen in de machine zelf. 

Elke beweging op zo’n machine, daar zit wel een luchtsturing in. Dat kan variëren van een luchtcilinder die open en dicht gaat tot aanperscilinders. Elke machine moet voorzien zijn van perslucht. Geen perslucht, dan stopt de machine onmiddellijk.

Anco vat het nog korter samen: “Zonder perslucht werkt er niets, vanaf het begin van het proces al niet.”

Ook bij de handling van houten panelen speelt perslucht een rol. Panelen worden met vacuüm opgepakt en verplaatst. Dat vacuüm wordt met behulp van venturi-techniek en perslucht opgebouwd. Daardoor hoeft zwaar plaatmateriaal niet meer handmatig getild te worden. Anco maakt daarbij de vergelijking met vroeger: “In 84 moest dat dus wel.”

In de stoffeerderij is het gebruik minder groot dan bij hout, maar ook daar is perslucht onderdeel van het dagelijkse werk. Tackers en nietmachines werken op lucht. Ook de snijtafel gebruikt perslucht. Zelfs bij elektrisch aangedreven naaimachines zit nog een luchtfunctie. Albert legt uit dat de draad met een kleine luchtbeweging wordt afgeknipt:

Dan trekken ze het pedaal achterover en dan, hup, een zuchtje lucht en blaast hij los.

Ook de metaalbewerking, die met name Emmen plaatsvindt, vraagt om perslucht. Daar gaat het onder meer om slijpen, afbramen, uitblazen en lasertoepassingen. De processen zijn anders dan in hout of stoffering, maar de afhankelijkheid is vergelijkbaar. Perslucht helpt bij beweging, reiniging, ondersteuning en proceszekerheid.

Bij coating en spuiten komt daar naast de juiste druk en flow een andere behoefte bij: luchtkwaliteit. In de coatingstraat wordt perslucht gebruikt als drager van het poeder en om de cabine automatisch schoon te blazen. Daarna worden de hoeken met een persluchtpistool nabehandeld. Vooral bij kleurwissels is het belangrijk dat dit volledig gebeurt. Albert legt uit dat je bij kleuren logisch moet opbouwen en afbouwen: van zwart naar wit of andersom is volgens hem “een no-go”, omdat je het nooit helemaal schoon krijgt. 

Juist in zo’n proces is droge en schone perslucht belangrijk. In Emmen wordt daarom gewerkt aan aanvullende droging voor het coatingproces. Hier is een adsorptiedroger aan het productieproces toegevoegd. Klassiek zien we vaak dat lucht word gedroogd met een koeldroger, deze brengt het drukdauwpunt terug naar 3 graden. Daarbij zorgt een filterstraat voor het verwijderen van onzuiverheden zoals stof en olieresten. Een adsorptiedroger koelt de lucht terug tot een drukdauwpunt van -40. Het gevolg: deze bevat veel minder vocht. Hierdoor is het zuiverder in gebruik, dat zie je terug in de kwaliteit van de poedercoating. Doordat er minder verontreinig in je lucht aanvoer zit, gaat de productiviteit omhoog. Er is minder afkeur en strakkere lak.
Je resultaat is betrouwbaarder en voorkomt stilstand. 

Tot slot speelt perslucht ook in assemblage en transport een rol. Daar gaat het onder meer om pakken, verplaatsen, positioneren en ondersteunen van onderdelen.

Perslucht is een netwerk dat door de hele fabriek loopt. Van grote CNC-machines tot nietpistolen. Van venturi-vacuüm tot coatingcabine. Van houtbewerking tot assemblage. Juist omdat de toepassingen zo verschillend zijn, moet de persluchtvoorziening stabiel, schoon en betrouwbaar zijn.

Daarmee wordt duidelijk hoe breed perslucht verspreid is. Soms gaat het om grote machines en zware panelen. Soms om een kleine beweging op een werkplek. Maar in beide gevallen is het effect hetzelfde. Als de lucht wegvalt, stopt het proces.

Robotisering maakt perslucht niet minder belangrijk

Robotisering speelt een steeds grotere rol in de productiebedrijven zoals VEPA. Robots nemen zwaar, repeterend of ergonomisch belastend werk over. Daardoor verandert het werk in de fabriek. Zoals Albert zegt: 

Je personeel gaat er anders door werken. Werkzaamheden verschuiven.

Op het eerste gezicht lijkt robotisering vooral elektrisch aangestuurd, dat klopt deels. Veel bewegingen van de robot zelf zijn servo gestuurd. Toch maakt dat perslucht niet minder belangrijk. Bij VEPA wordt perslucht juist gebruikt voor de toepassingen rondom de robot, bijvoorbeeld om met venturi-techniek vacuüm op te bouwen. Daarmee kunnen panelen worden opgepakt, verplaatst en weer losgelaten.

Albert legt het verschil helder uit:

De robot zelf is heel veel servo, maar er zijn wel veel applicaties van de robot die perslucht nodig hebben.

Daarnaast vertrouwd een robot op data die het doorkrijgt van sensoren, een klein drukverlies in de persluchtvoorziening kan een robot in storing doen vallen. Hoe verder een fabriek automatiseert, hoe belangrijker het wordt dat de persluchtinstallatie stabiel is ingericht.

Of zoals Albert het samenvat: “Ook bij robotisering is perslucht essentieel.”


technician Alup

Een grote fabriek vraagt om slim leidingwerk

Bij een fabriek gaat perslucht niet alleen over compressoren. Minstens zo belangrijk is de manier waarop die lucht door de fabriek wordt verdeeld. De locaties in Hoogeveen en Emmen zijn groot, met verschillende afdelingen, productieroutes en luchtvragen. Houtbewerking, coating, assemblage, robots en lasertoepassingen vragen niet allemaal op hetzelfde moment en op dezelfde plek om lucht.

Door het formaat van deze hallen is goed gedimensioneerd, kwalitafief leidingwerk een belangrijk onderdeel van de bedrijfszekerheid. In Hoogeveen is de fabriek opgebouwd met een ringleiding en aftakkingen naar de verschillende afdelingen. In Emmen speelt vooral de lengte van de fabriek een rol. Daar staan de compressorruimte en de lasermachines ver uit elkaar. Albert vertelt;

Dat is een hele lange fabriek. De compressor en de lasermachines staan echt ver uit elkaar, meer dan 100 meter.

Juist op zulke afstanden wordt zorgvuldig dimensioneren belangrijk. Als leidingen te krap zijn, kranen niet goed openstaan of als verbruik op een afdeling stijgt, kan de druk op het gebruikspunt te ver dalen. Dat gebeurde in Emmen bij een machine die in storing viel. De perslucht viel niet weg, maar de druk zakte onder de minimale waarde die de machine nodig had. Hightech machine park is hier gevoelig voor.

In plaats van direct een extra compressor bij de machine te plaatsen om te voldoen aan de luchtvraag, werd eerst gekeken naar het hele systeem. Albert:

We hebben op een gegeven moment een meting gedaan en de hele fabriek doorgelopen.

Daarbij kwamen praktische oorzaken naar voren, zoals kranen die deels dicht stonden of lekten. Ook bleek dat de aanvoerleiding aan zijn maximum zat.

Een extra compressor achter in de hal leek voor de handliggend, maar had niet de voorkeur. Albert legt uit waarom: “Het had wel mijn sterke voorkeur om de compressoren toch bij elkaar te houden, in één technische ruimte. Je bent op één plek en je ziet alles.” De oplossing is gevonden in een dikkere voedingsleiding naar het achterste punt van de fabriek, met nieuwe vertakkingen naar de machines. Het resultaat was duidelijk:

Sinds die tijd is die machine niet meer in storing gevallen.

Grip op perslucht ontstaat niet door meer capaciteit te plaatsen. Veel vaker zit de oplossing in meten, analyseren en opnieuw dimensioneren. Ook ALUP benadrukt bij persluchtsysteem het belang van goede distributie: een leidingsysteem zorgt efficiëntie en optimale prestaties, drukval te minimaliseren en geschikt te blijven voor de productielocatie.

Ook in Hoogeveen speelt slim verdelen een belangrijke rol. Bij de nieuwbouw en uitbreiding van het machinepark ontstond een nieuwe vraag: sommige installaties draaien ook ’s nachts, terwijl andere afdelingen dan stil liggen. Zoals bij het voorsorteren van platen magazijn. Die installatie heeft lucht nodig voor het vacuüm waarmee panelen worden opgepakt. Maar het is niet efficiënt om daarvoor de hele fabriek onder druk te houden.

Daarom is de fabriek met Airsavers in drie zones verdeeld. Afdelingen die ’s nachts geen lucht nodig hebben, kunnen worden afgesloten. De zone die wel draait, blijft open. Albert legt het praktisch uit:

Hoe minder onder druk ’s nachts, hoe beter.

Die zonering past is een goed voorbeeld van ALUP’s visie: meer dan perslucht alleen. Een complete persluchtinstallatie is niet één groot netwerk dat altijd volledig open moet staan, maar als een dynamische systeem dat meebeweegt met de productie. Waar lucht nodig is, moet lucht beschikbaar zijn. Waar geen lucht nodig is, voorkom je onnodige verliezen.

Door op deze manier te werken wordt leidingwerk een strategisch onderdeel van de persluchtinstallatie.
- Het bepaalt of de juiste druk op de juiste plek aankomt.
- Het voorkomt onnodige drukval.
- Het maakt nachtelijke productie mogelijk zonder de hele fabriek op druk te houden.
- Het helpt om centrale regie te houden over een decentrale luchtvraag.

Voor een fabriek die blijft groeien en veranderen, is dat essentieel. Niet alleen de compressor moet meegroeien met de productie, maar ook het netwerk eromheen.

Van losse compressoren naar centrale regie

De persluchtinstallatie bij een fabriek zoals VEPA ontstaat niet in één keer. Ze is meegegroeid met de fabriek. Nieuwe machines, grotere productievolumes, uitbreiding van locaties en veranderende eisen aan bedrijfszekerheid vragen telkens om een volgende stap. Juist daarin zit de kracht van partnerschap: blijven meekijken, meten, aanpassen en verbeteren.

Albert: “Prijs is natuurlijk een belangrijk punt, maar ik kijk ook naar de band die er onderling is. Heb je vertrouwen in elkaar? Kun je elkaar verstaan? Begrijp je elkaar? Kan Ido onze wensen vertalen naar: wat is er nu eigenlijk mogelijk en nodig?”

Die manier van samenwerken is steeds belangrijker geworden. Waar ooit één compressor voldoende was, ontstond door groei en uitbreiding een grotere en complexere luchtvraag. Dan gaat het niet meer alleen om capaciteit, maar ook om continuïteit. Wat gebeurt er als een compressor onderhoud nodig heeft? Wat gebeurt er als er een storing is? En hoe voorkom je dat productie afhankelijk wordt van één machine?

Albert schetst hoe VEPA en ALUP samen naar die vragen zijn gaan kijken. “Dan gaan we met Ido aan tafel zitten van: we moeten weer een nieuwe compressor, want er komen machines bij en ons luchtverbruik neemt toe. Wat gaan we doen? We willen een stukje bedrijfszekerheid. Wat zijn de mogelijkheden?” Vanuit dat gesprek ontstond stap voor stap een installatie met meer capaciteit, back-up en centrale aansturing.

Ido vertelt “Bij iedere uitbreiding werd niet alleen gekeken naar de compressor die erbij moest, maar naar het hele systeem. Welke compressor draait als eerste? Welke machine blijft reserve? Hoe verdelen we de draaiuren? Hoe houden we de installatie betrouwbaar, zonder onnodig energie te verbruiken? En hoe zorgen we dat onderhoud en vervanging op termijn beheersbaar blijven?” Albert:

Zo bouw je, omdat je samenwerkt, het samen steeds verder uit.”  Anco: “100% zeker weten. We hebben er gewoon vertrouwen in

Vandaag bestaat de persluchtvoorziening niet meer uit losse compressoren die ieder voor zich draaien. In Hoogeveen staan vier compressoren, terwijl de vestiging aan anderhalve compressor genoeg heeft. In Emmen staan drie compressoren, terwijl twee voldoende zijn. Daardoor is er altijd reserve beschikbaar. Die reserve staat niet stil, maar draait via de centrale regeling periodiek mee om de installatie fit te houden.

De centrale regeling E-control+ vormt daarmee de besturingslaag boven de installatie. De regeling bepaalt welke compressor draait, wanneer de back-up inschakelt en hoe de belasting over de machines wordt verdeeld. Voor VEPA betekent dat vooral rust. Anco zegt: “De productie medewerkers moeten niet meer met lucht te maken hebben. Ze moeten gewoon doorwerken. En wij moeten zorgen dat het spul goed aangestuurd is.” Zijn samenvatting is eenvoudig: “Is er behoefte aan lucht? dan is er ook lucht.”

Ook bij storingen maakt een redundante opstelling verschil. Als een compressor uitvalt, neemt een andere compressor het automatisch over. Daardoor wordt een technische melding niet direct een productiestop. Albert: “Doordat we de compressor in back-up hebben, pakt de control box dat direct op. Dan neemt een andere compressor het over.” Het gevolg is concreet: “Stilstand door perslucht is een non-issue geworden.”

Centrale regie helpt VEPA om slimmer vooruit te kijken. Samen met Ido wordt gekeken naar de belasting van iedere compressor in het systeem. Albert legt uit: “We hebben nog één fixed speedcompressor en drie frequentiegeregelde compressoren. Welke willen we als master? En hoe regelen we de andere zo in dat de urenstand ook gelijkloopt?” Zo voorkom je dat één compressor te zwaar wordt belast en een andere nauwelijks draait.

Dat is niet alleen technisch verstandig, maar ook financieel. Als de draaiuren goed verdeeld zijn, kun je onderhoud en vervanging beter plannen. Albert noemt dat “georganiseerd afschrijven”. Ido vult aan: 

Dat is budgettechnisch ook gewoon beter. Je weet waar je aan toe bent.

Monitoring

Naast de centrale regeling speelt monitoring een steeds grotere rol. Op kantoor krijgt VEPA via ICONS storingsmeldingen, onderhoudsstatus en terugkerende signalen. ALUP kan ook in dat systeem meekijken. Dat maakt het contact sneller en praktischer. Bijvoorbeeld bij een temperatuurstoring kan Ido zelf even checken en kort daarna een monteur inschakelen.

Zo is de persluchtinstallatie bij VEPA uitgegroeid van losse compressoren naar centrale regie. Niet als een productblok, maar als een systeem dat door VEPA en ALUP samen is opgebouwd. Een systeem dat meebeweegt met groei, productie, onderhoud en toekomstplannen. En juist omdat die basis samen is gelegd, ontstaat de rust waar het uiteindelijk om draait: de productie kan door.


Alup Comrpessoren
ALUP - VEPA - logos

Betrouwbaarheid in de dagelijkse praktijk

In de dagelijkse praktijk wordt zichtbaar of een systeem goed is ingericht. Bij VEPA betekent dat: onderhoud dat doorgaat zonder de productie te verstoren, service-monteurs die de weg kennen, korte lijnen bij vragen en een installatie die blijft draaien terwijl er op de achtergrond aan wordt gewerkt.

Anco omschrijft het onderhoud nuchter: “Hein of Lex van planning neemt contact op, de datum wordt vastgelegd en de monteur komt langs, dat is meestal Bram of Collin. Die weten hier ook gewoon de weg. Ze komen binnen, melden zich en in de tussentijd zijn ze aan het werk.” Voor de productie is dat belangrijk. 

Onze productie blijft ononderbroken. We hebben er geen last van. Ze lopen ook niet in de weg. We kunnen erop rekenen.

In een fabriek waar perslucht door bijna alle processen heen loopt, is onderhoud geen administratief moment. Het is onderdeel van bedrijfszekerheid. VEPA kiest er daarom bewust voor preventief onderhoud. Albert zegt daarover: “Vanaf het begin, meer dan 17 jaar geleden, hebben we onderhoudscontracten. Houd dat ding preventief in de gaten. Daar hebben we de ervaring mee dat we er niet achteraan hoeven te jagen.”

Ook bij storingen draait het om vertrouwen en snelheid. Anco: “Als er een acute storing is, hang ik meteen met Ido aan de lijn. Ik vind dat prettiger en makkelijker, om met één persoon contact te hebben.” Dit is een praktische manier van samenwerken. “Ik wil het gewoon kwijt. Hoe Ido dat dan verder oppakt, weet ik niet. Over het algemeen hoef ik geen twee dagen te wachten tot het is opgelost.”

Ido pakt die rol ook bewust. 

Als Anco belt, schakel ik zelf door naar planning of service en zorg dat het geregeld wordt. Daarmee blijft het voor VEPA eenvoudig: één melding, één vertrouwd aanspreekpunt en daarna wordt het opgelost.

Dit is het verschil tussen een leverancier en een partner. “Dat verwacht je van elkaar. Als er wat gebeurt, dan hebben we een kanaal en lossen we het met elkaar op. We gaan het eerst oplossen en daarna praten we wel weer over de rekening.”  Waarde van partnerschap is niet de afwezigheid van problemen, maar in de zekerheid dat problemen samen worden opgelost.

Bij dit type perslucht installatie escaleren storingen zelden tot productiestilstand. Door de combinatie van preventief onderhoud, back-up in de installatie en monitoring worden afwijkingen vroeg zichtbaar en opgevangen. Als er een melding komt, is dat niet meteen een crisis op de werkvloer. Ido: “ een compressor kan in storing vallen, maar doordat de back-up het overneemt, merkt de productie daar niets van.”

De productie moet meubels maken. De technische dienst moet kunnen vertrouwen op een installatie die werkt, een onderhoudspartner die meedenkt en een contactpersoon die bereikbaar is als het nodig is. Of zoals Albert het samenvat: “Het is echt ontzorging, dat is het.”

Duurzaamheid: meten, druk verlagen en slim omgaan met energie

Duurzaamheid bij perslucht is niet één grote ingreep. In de praktijk gaat het om blijven meten, bijstellen en verbeteren. Zeker in een fabriek als die van VEPA, waar productieprocessen, machines en luchtvraag voortdurend veranderen. Nieuwe machines komen erbij, productieroutes wijzigen en afdelingen vragen niet altijd op hetzelfde moment dezelfde hoeveelheid lucht.

Daarom zijn we voorzichtig met grote conclusies. Albert zegt daarover: “Je kan het niet zo makkelijk berekenen hoeveel zuiniger je geworden bent, omdat je ook altijd weer nieuwe machines hebt en de productie steeds mee verandert.” Tegelijk ziet Ido wel dat de richting klopt: 

We zien wel dat het energieverbruik niet toeneemt, ondanks dat het machinepark is uitgebreid.

Een belangrijk deel van die verbetering zit in slimmer sturen en stap voor stap optimaliseren. Nieuwe machines zijn zuiniger, maar ook de persluchtdruk is in de loop der tijd verlaagd. Anco benoemt daarbij meteen de grens: “Je bent hier wel afhankelijk van een bepaalde druk, want anders slaat de machine af.” Perslucht is geen systeem waarmee je zomaar kunt experimenteren. De productie moet constant blijven draaien.

Toch is er wel degelijk ruimte gevonden. Waar VEPA eerder op een hogere druk draaide, is dat stapsgewijs teruggebracht. Albert:

In het begin zaten we op 9 bar of later misschien 8,3, maar echt wel hoog. En nu zitten we op 7,6.

Bij perslucht en energieverbruik geldt de volgende vuistregel: elke bar minder levert een energiebesparing op van 7%.

Optimaliseren kost tijd

In de stoffeerderij is het gebruik minder groot dan bij hout, maar ook daar is perslucht onderdeel van het dagelijkse werk. Tackers en nietmachines werken op lucht. Ook de snijtafel gebruikt perslucht. Zelfs bij elektrisch aangedreven naaimachines zit nog een luchtfunctie. Albert legt uit dat de draad met een kleine luchtbeweging wordt afgeknipt:

Dan trekken ze het pedaal achterover en dan, hup, een zuchtje lucht en blaast hij los.

Warmteterugwinning

Een van de meest concrete voorbeelden is warmteterugwinning. Compressoren produceren veel warmte, 80% van de gebruikte energie wordt omgezet in warmte. In veel fabrieken wordt die warmte afgevoerd naar buiten. VEPA kijkt daar anders naar. Albert noemt het treffend: 

Eigenlijk is die compressor al die warmte aan het verspillen. Dat is ook een afvalstroom.

Die gedachte past goed bij de manier waarop VEPA breder naar duurzaamheid kijkt. Resthout, stof en kunststof worden niet zomaar als afval gezien, maar als materiaalstromen waarvoor opnieuw waarde kan ontstaan. Diezelfde logica kun je toepassen op energie. Als warmte toch ontstaat tijdens het productieproces, waarom zou je die dan zonder toepassing naar buiten blazen?

In Hoogeveen kreeg dat praktische vorm tijdens de renovatie van het kantoor. VEPA had al langer een eenvoudige warmteterugwinning via koelluchtkanalen en zomer/winter kleppen: in de zomer ging warme lucht naar buiten, in de winter werd die warmte naar binnen geleid. “Meer een blower, niet echt warmteterugwinning”, zegt Albert. Bij de kantoorrenovatie ontstond een natuurlijk moment om verder te kijken. De nieuwe compressor bood de mogelijkheid om warmte terug te winnen en te gebruiken voor vloerverwarming in de kantoren. Daardoor kon ook een oude gasgestookte verwarming verdwijnen.

De kantoren zijn inmiddels aangenaam warm, soms zelfs te warm. Albert zegt daar nuchter over dat ze nog moeten “experimenteren en inregelen” om het comfortabel te krijgen. Warmteterugwinning is geen plug-and-play belofte, maar een maatwerkoplossing die goed moet passen bij gebouw, warmtevraag, afstand en installatietechniek. 

In Emmen is de toepassing van warmteterugwinning nog in ontwikkeling. Er wordt gekeken of de restwarmte gebruikt kan worden voor het ontvettingsbad bij het poedercoaten, of mogelijk kan worden gekoppeld aan de cv-installatie. Variabelen zoals afstand en warmte verlies spelen mee met deze keuze. Ido vat het goed samen: “Het is geen plug-and-play uniform. Al die systemen moeten echt op maat worden afgepast.”

Juist daardoor past warmteterugwinning goed in de manier van werken tussen ALUP en VEPA. Waar ontstaat energieverlies? Waar is warmtevraag? Wanneer is het technisch logisch? En op welk natuurlijk moment kun je de stap zetten?

Duurzaamheid zit bij VEPA dus niet alleen in het eindproduct. Het zit ook in de manier waarop de fabriek wordt ingericht, gemeten en verbeterd. Dat gaat om druk verlagen; om nieuwe machines; om lekkages opsporen; En soms om warmte niet langer te zien als restverlies, maar als een afvalstroom waar opnieuw waarde uit kan ontstaan.

Toekomst: meer data, meer energie-inzicht, meer koppeling met gebouwbeheer

De persluchtinstallatie bij VEPA is meegegroeid met de fabriek. Eerst ging het om capaciteit. Daarna kwamen back-up, centrale regeling, zonering en monitoring erbij. De volgende stap ligt in meer samenhang tussen perslucht, energieverbruik en gebouwbeheer.

Ido benoemt: “De E-Control+ communiceert niet met het gebouwbeheersysteem.”  Albert: “Voor nu is het prima.” Tegelijk verwacht hij dat de eisen aan energie-inzicht verder toenemen. “Ik verwacht binnen nu en tien jaar dat wet- en regelgeving eist dat we op een gebouwbeheersysteem zitten.”

Die ontwikkeling past bij de bredere strategie binnen VEPA. Albert vertelt dat er sinds twee jaar iemand specifiek bezig is met energieoptimalisatie. Die kijkt onder meer naar gasverbruik, elektriciteitsverbruik, zonnepanelen, opwekking en teruglevering. Perslucht wordt daarmee steeds meer onderdeel van een groter energieplaatje.

Voor de komende jaren gaat het niet om één grote technische belofte, maar om blijven meten en verbeteren. In Hoogeveen staat de installatie goed. In Emmen kan een nieuwe luchtmeting volgens Ido nog waardevol zijn, bijvoorbeeld om lekkages op te sporen nu het luchtgebruik daar groeit.

Albert vat de aanpak mooi samen:

We proberen onze duurzame keuzes te optimaliseren en deze met natuurlijke momenten te bundelen. En dat doen we samen.

Juist dat blijft de rode draad: niet wachten tot er een probleem ontstaat, maar samen blijven kijken of het systeem nog past bij de fabriek zoals die zich ontwikkelt.

 

ALUP - people

Explore other Industry Solutions